Scholengemeenschap Merk

Welke scholen vormen samen Merkpunt ?

De gemeentelijke scholen van Mortsel, Edegem en Kontich vormen samen met Ritmica, een onafhankelijke school voor buitengewoon onderwijs, de scholengemeenschap Merkpunt.

Mortsel

Parschool Mortsel kleuterschool: Gemeentelijke kleuterschool,  Lusthovenlaan 12, 2640 Mortsel

https://parkschoolmortsel.be/ 

Parkschool Mortsel basisschool: Gemeentelijke lagere school, Lusthovenlaan 12, 2640 Mortsel

https://parkschoolmortsel.be/

Jenaplanschool Lieven Gevaert : Gemeentelijke basisschool, Osylei 86, 2640 Mortsel

https://www.jenaplanschoollievengevaert.be/

Edegem

Andreas Vesalius: Gemeentelijke basisschool, Gemeenteplein 3, 2650 Edegem

https://www.andreasvesalius.net/

Ritmica

Ritmica Cappenberg, Vrije lagere school voor buitengewoon onderwijs, Wouwstraat 44, 2540 Hove

https://www.ritmica.be/

Ritmica Steenakker, Vrije lagere school voor buitengewoon onderwijs, Steenakker 100, 2640 Mortsel

https://www.ritmica.be/

Kontich

AHA-school! Kontich, Gemeentelijke basisschool, Molenstraat 32, 2550 Kontich

https://www.kontich.be/a-haschoolkontich

Enkele medewerkers werken voor onze scholengemeenschap

Liesbeth Gregoir , de MERKpunt-zorgcoördinator,

Kristof Derycker, de administratieve stafmedewerker,

Daniëlle Myncke, uitwerking pedagogische projecten voor het kleuterteam.

De schooldirecties komen maandelijks samen.
De zorg- en ICT-coördinatoren zien elkaar geregeld zodat ervaringen vlot kunnen uitgewisseld worden.

Visie

Meerwaarde

De scholengemeenschap is een meerwaarde voor de deelnemers omdat volgende effecten mogen verwacht worden:

  • Meer efficiëntie: de bundeling van de punten die elke school toegekend krijgt voor de beleidsdomeinen administratie, zorg en ICT worden gekoppeld aan de stimuluspunten die de scholengemeenschap ontvangt en dragen bij tot een pragmatisch beheer en accuraat gebruik van de beschikbare middelen (bijscholing, ICT-materiaal, administratieve werkprocessen, …). Door een doordachte verdeling van de middelen creëren we werkgelegenheid en taken naargelang de prioriteiten en behoeften in de scholen.
  • Kwaliteitsverhoging: de ondersteuning focust op kwaliteitsverhoging zowel van het werk in de klas als van de school. Een deel van de gemeenschappelijke middelen zet de scholengemeenschap in voor de begeleiding van beginnende leerkrachten. Er is één mentor aangesteld in het kleuteronderwijs en één in het lager onderwijs. Daar een mentor coacht en een directeur beoordeelt, is het van belang dat deze functies niet door één en dezelfde persoon beoefend worden.
  • Gezamenlijke draagkracht: de manier waarop een school binnen haar muren omgaat met alle vormen van diversiteit, wordt gunstig beïnvloed door de scholengemeenschap. We kunnen hierdoor sneller anticiperen op evoluties in het onderwijs en in noodzakelijke behoeften voorzien.
  • Professionaliteit van leerkrachten en directeurs verhoogt (o.a. door coaching en intervisie): leerkrachten, ICT-medewerkers en administratieve medewerkers krijgen ruimte om op stimulerende leer- en uitwisselingsmomenten van elkaar te leren. Er worden eveneens gemeenschappelijke pedagogische studiedagen georganiseerd door de scholengemeenschap*.

Expertisecentrum

De scholengemeenschap evolueert naar een expertisecentrum.

  • Het wordt het meest nabije netwerk, dat met een stafmedewerker zorg en een administratieve stafmedewerker snelle duiding geeft bij nieuwe ontwikkelingen en vragen (vragen rond zorg, wetgeving, pedagogie, …). Samen met de zorgcoördinatoren van alle scholen willen wij een zorgbeleid ontwikkelen op maat van de scholen. De samenwerking met het buitengewoon onderwijs verhoogt de expertise.
  • Het wordt een intermediair niveau tussen begeleidingsdiensten, ruimere netwerken, samenwerkingsverbanden, nascholing en de kennis die in de eigen school aanwezig is.
  • Pedagogische thema’s worden in gemeenschappelijk overleg verder uitgewerkt. De specifieke expertise vanuit de verschillende scholen gebruikt de scholengemeenschap om de eigen werking in elke school afzonderlijk in sterke mate te verhogen 

Innovatie

De scholengemeenschap streeft naar innovatie, door nieuwe ontwikkelingen in een eerste fase te verkennen binnen het expertisecentrum van de scholengemeenschap. Dit doen we met een focus op het verbinden van de theorie met de praktijk. Nieuwe wetenschappelijke bevindingen, projecten en subsidies worden getoetst in functie van de noden van de scholen en het welzijn van personeelsleden en leerlingen.

Op maat met respect voor autonomie

De scholengemeenschap draagt de diversiteit van de scholen hoog in het vaandel. Uitgangspunt is niet eenzelfde aanpak uit te werken of te streven naar fusies. Met respect voor het autonome pedagogisch project en de cultuur, wil de scholengemeenschap de scholen doen slagen hun maatschappelijke opdracht met nog meer succes te vervullen. 

De scholengemeenschap:

  • Vertrekt vanuit de behoefte die er leeft bij de partners naast de verplichtingen die opgelegd zijn door de regelgeving. 
  • Waakt over het behoud van de autonomie van de verschillende scholen. Elke school moet een pedagogische en een didactische identiteit blijven. 
  • Houdt rekening met de draagkracht van de partners. 

Gezamenlijk personeelsbeleid

De scholengemeenschap stippelt een gemeenschappelijk personeelsbeleid uit.

De scholengemeenschap

  • Voert een doordacht aanwervingsbeleid op basis van identieke functiebeschrijvingen**. 
  • We trekken de beste mensen aan, motiveren het personeel en zorgen voor de ontwikkeling van deskundigheid en vorming. 
  • Gaat uit van een centrale administratie voor het uitvoeren van (korte) vervangingen***. 

Betrokkenheid schoolbesturen

Het structureel overleg met de afgevaardigde schoolbesturen in het beheerscomité zorgt voor visieontwikkeling rond onderwijsmateries. Ze leren er van elkaar en praten over goed voorbereide voorstellen waarover de verschillende schooldirecties al tot een akkoord kwamen****. Van deze en andere overlegmomenten wordt steeds een verslag gemaakt door de administratieve stafmedewerker van de scholengemeenschap*****. 

* Samenwerking op vlak van ‘zorg’: zie bijlage 

** Website Merkpunt: Functiebeschrijvingen 

*** Website Merkpunt: Formulier korte vervangingen 

****Website Merkpunt: Info Beheerscomité 

***** Website Merkpunt: Verslagen Beheerscomité Merkpunt 

Samenwerking op vlak van ‘zorg’ 

Met de stimuluspunten wordt op het niveau scholengemeenschap de functie stafmedewerker zorg gecreëerd. De opdracht omvat 14/36. De opdracht van de stafmedewerker zorg is drieledig: 

  1. Vraaggestuurd de scholen bijstaan bij schoolinterne items die binnen het domein van zorg vallen. 
  • Het vergaren, stroomlijnen en verstrekken van informatie over een specifiek onderwerp uit het domein zorg. 
  • Het mee vorm geven van pedagogische studiedagen op schoolniveau in de voorbereidende fase en op de studiedag zelf. 
  • Het leggen van contacten met scholen van gewoon en buitengewoon onderwijs en het eventueel organiseren van werkbezoeken aan deze scholen.
  1. De twee zorgnetwerken, kleuterscholen en lagere scholen, coördineren en stimuleren. De samenkomsten van de zorgnetwerken – 3x per schooljaar voor elk zorgnetwerk – voorbereiden, modereren en het verslag maken. De zorgnetwerken bestaan uit de zorgcoördinatoren van alle scholen van MERK°. De directies ontvangen alle informatie over de werking van de zorgnetwerken tijdens de maandelijkse directievergaderingen van MERK°. Zij worden geconsulteerd bij de voorbereiding van de samenkomsten, zij worden uitgenodigd op de samenkomsten en zij ontvangen het verslag. De thema’s die aan bod komen tijdens de samenkomsten worden gekozen in onderling overleg tussen de zorgcoördinatoren, de directies en de stafmedewerker. 
  2. Gemeenschappelijke pedagogische studiedagen organiseren. Er wordt naar gestreefd om de 2 jaar een gemeenschappelijke pedagogische studiedag te organiseren voor alle teamleden van de scholen van MERK°. Het thema van de studiedag en de selectie van externe spreker(s) gebeurt in onderling overleg tussen de directies, de zorgcoördinatoren en de stafmedewerker. De keuze voor een thema sluit bij voorkeur aan bij de inhouden die tijdens de samenkomsten van de zorgnetwerken aan bod zullen komen of gekomen zijn. 
Groter/Kleiner
Contrast